Mijn ontelbare identiteiten

Sinan Çankaya schrijft in zijn boek Mijn ontelbare identiteiten over de manier waarop hij door de jaren heen zijn identiteit heeft beleefd en hoe anderen zijn identiteit hebben gecategoriseerd. Identiteit is veranderlijk en hangt af van de situatie waarin je je bevindt. Volgens Çankaya is identiteit “een zoektocht naar eenheid en het besef dat die er niet is (…)”. Het is heel interessant om een boek te lezen waar je zoveel herkenning in kunt vinden. Ik ben niet in Nederland geboren, maar ik was wel heel jong toen ik naar Nederland kwam. Daarom voel ik mij erg verwant met de identiteitsworstelingen waar Çankaya mee te maken heeft als tweedegeneratiemigrant.

Ik zou willen dat ik dit een extreem goed boek vond, maar het lag toch meer in het midden. Dat komt voornamelijk door het laatste hoofdstuk. Çankaya schrijft daar dat hij niet zwart genoeg is, terwijl hij helemaal niet zwart is. Dat streek mij tegen de haren in. Hij schrijft over dit onderwerp omdat hij in 2017 werd gevraagd om te spreken op de Martin Luther King-lezing en daar ophef over kwam vanuit de zwarte gemeenschap. Van de vier sprekers was niemand zwart, terwijl Martin Luther King zo belangrijk was voor de strijd van zwarte mensen.

Çankaya doet in zijn boek alsof wij – mensen van kleur – allemaal naast elkaar in de marges staan en vanuit dezelfde positie tegen (institutioneel) racisme vechten. Hij vergeet daarbij dat we niet ‘samen in de goot’ staan zoals hij dat noemt. Dit komt omdat ‘proximity to whiteness’ een rol speelt in de positie die wij hebben in de maatschappij. Deze nabijheid tot witheid houdt in dat hoe lichter je huidskleur is, hoe meer je enigszins geaccepteerd wordt door de witte meerderheid. Dit gebeurt vaak ook onbewust.

Het gevecht moeten we met z’n allen aangaan, waarbij vooral witte mensen een rol moeten spelen, maar het is niet hetzelfde gevecht. Zo heeft een moslimvrouw te maken met islamofobie en seksisme, terwijl een zwarte christelijke man weer een hele andere strijd voert.

Het ontbreken van nuances in het schrijven over racisme vond ik teleurstellend. Ook merkte ik dat Çankaya geen gendersensitieve benadering aanhoudt. Hij gaat te weinig in op wat identiteit en gender met elkaar te maken hebben. Op een aantal plekken in het boek bespreekt hij het construct mannelijkheid enigszins, maar toch blijft dit oppervlakkig en is er geen sprake van een analyse.

Al met al vind ik bepaalde delen van het boek wel goed, maar globaal gezien vond ik het net niet goed genoeg om er lovend over te zijn. Ik vind het wel goed dat er een boek zoals dit is verschenen, omdat het aangeeft dat het boekenvak steeds meer ruimte biedt aan migranten om gesprekken over identiteit te leiden. Als je op zoek bent naar nog meer verdieping over dit boek, dan kun je een uitgebreidere analyse van mijn hand lezen op de website van de Nederlandse Boekengids, maar die zit wel achter een betaalmuur.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *